Ziektebeelden


Iedereen heeft wel eens moeite zijn aandacht ergens bij te houden. Zo kunt u bijvoorbeeld op uw werk met honderd en een dingen tegelijk bezig zijn of u kunt zich maar niet concentreren op het gesprek met uw vriend. Maar bij sommige mensen overheerst het gebrek aan concentratie en rust. Zij hebben moeite het dagelijks leven te organiseren en te plannen.

Als u zich hierin herkent, kan het zijn dat u een aandachtstekortstoornis met hyperactviteit heeft. Dit wordt vaak afgekort tot ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder). ADHD is een ontwikkelingsstoornis die een belemmering en/of afwijking vormt in de normale ontwikkeling.

Sommige mensen met ADHD hebben wel grote problemen hun aandacht ergens bij te houden, maar zijn niet hyperactief. Ze zijn juist opvallend stil, dromerig en passief. In de volksmond wordt deze vorm van ADHD ook wel ADD genoemd, Attention Deficit Disorder.

ADHD heeft eigenschappen waarbij positieve kanten en negatieve kanten te onderscheiden zijn. Er zijn veel mensen die AD(H)D hebben, die dat niet weten en er ook geen last of zelfs voordeel van hebben. Hebben de negatieve kanten de overhand dan kunt u helemaal vastlopen op uw werk en in uw relaties.

U bent snel afgeleid. Overal zijn prikkels: de radio op de achtergrond, de telefoon, een hond op straat of een collega die een praatje maakt, maar ook uw eigen fantasie en gedachtegang. Uw aandacht dwaalt af bij elke prikkel. Daardoor vergeet u waar u mee bezig was. U maakt daarom vaak dingen niet af, begint constant aan iets anders en maakt veel fouten.

Verder kunt u moeilijk luisteren en dingen onthouden. Daardoor hebben andere mensen het gevoel nauwelijks contact met u te krijgen. U vergeet afspraken en verjaardagen en raakt spullen kwijt. Ook heeft u moeite met het opvangen van sociale signalen en kunt u moeilijk hoofd- en bijzaken onderscheiden.

Bij volwassenen met ADHD lijkt de hyperactiviteit op het oog vaak afgenomen. Van binnen voelt u zich echter nog even onrustig als vroeger. U hebt geleerd de neiging tot bewegen te onderdrukken. U kunt zich moeilijk ontspannen en kunt soms onhandig en houterig zijn. U handelt vóór u denkt. U doet onbezonnen dingen. U valt mensen in de rede, flapt dingen eruit, geeft antwoord voordat de vraag helemaal is gesteld en dringt voor zonder dit in de gaten te hebben. Ook kunt u heftige en onvoorspelbare emotionele uitbarstingen of driftbuien hebben. Dit komt deels uit frustratie doordat veel dingen niet lukken.

De behandeling bestaat allereerst uit psycho-educatie. U krijgt voorlichting over de stoornis, wat u helpt inzicht te krijgen in de verschijnselen ervan. In de volgende fase wordt veel informatie verschaft over ADHD, in feite krijgt u uw ‘gebruiksaanwijzing’. Tijdens uw behandeling onderzoekt u samen met uw behandelaar hoe u eigenschappen als originaliteit, creativiteit en intuïtie beter kunt gebruiken, bijvoorbeeld in uw opleiding of baan.

De behandeling gaat ook in op stresshantering, ontspanning, verbetering van sociale vaardigheden en het stimuleren van een positief zelfbeeld. Tenslotte kan ook medicatie worden voorgeschreven. Medicijnen kunnen ADHD niet genezen, maar wel onrust en concentratieproblemen verminderen. Ook kan het stemmingswisselingen agressieve uitbarstingen beperken.

Zelftest: http://www.psyq.nl/Programma/ADHD-bij-volwassenen

  •  Zorg voor een duidelijke dagindeling, vaste regels en vaste plaatsen voor dingen in huis.
  •  Geef eenvoudige, korte opdrachten en regels.
  •  Geef complimenten voor goed gedrag. Stimuleer leuke eigenschappen.
  •  Als de ADHD’er ergens helemaal in opgaat, zoals een spannend computerspel, denk dan niet ‘hij kan het dus best, als hij maar wil…’. Dat is niet waar.
  •  Neem voldoende tijd voor uzelf, uw partner, uw andere kinderen en uw vrienden.
  •  Zoek meer informatie over ADHD, in bibliotheek, boekhandel of op internet.
  •  Zoek tijdig hulp.
  •  Zoek zelf steun als het u teveel wordt.

Voor filmpje over angst algemeen:
http://www.ggzfriesland.nl/angststoornis

zelftest:
http://www.adfstichting.nl/Angst/Test/Angsttest.aspx

Iedereen kent angst. Het is iets dat elk mens in een bepaalde mate kent. Angst is een menselijke reactie dat ons beschermt. Het weerhoudt ons er bijvoorbeeld van overmoedig te raken, maar het waarschuwt ook als er gevaar dreigt. Angst is dus een nuttige emotie die signalen herkent, zodat we snel kunnen reageren. Toch overkomt het sommige mensen dat hun angst een eigen leven gaat leiden.

Als iemand door angst wordt beheerst en de naaste omgeving er tevens onder lijdt, spreken we van een angststoornis.

Als angst een eigen leven gaat leiden, is het niet langer meer gebaseerd op alleen bedreigende situaties. Ook alledaagse situaties worden dan ten onrechte als beangstigend gezien en kunnen op die manier een negatieve invloed op iemands leven krijgen.

Herkent u dit? Voelt u zich bedreigd en onrustig met een voortdurend angstig voorgevoel van naderend onheil en is er altijd wel iets waar u zich angstig over voelt? Dan kan het zijn dat u een angststoornis heeft. Een angststoornis kan verschillende vormen aannemen: heftige paniekgevoelens die u angstig maken (een paniekstoornis) tot een voortdurend onrustig, bezorgd gevoel (gegeneraliseerde angst of een heel specifieke angst).

Er zijn verschillende soorten angststoornissen. Hieronder vindt u meer informatie:

Dwangstoornis
Een dwangstoornis wordt ook wel obsessief-compulsieve stoornis genoemd. Obsessies zijn steeds terugkerende, hardnekkige gedachten of (denk)beelden die als akelig en storend worden ervaren. U kunt proberen ze te negeren of te onderdrukken, maar vaak stoppen ze pas wanneer bepaalde (dwang) handelingen (compulsies) worden uitgevoerd. Meer over een dwangstoornis

Gegeneraliseerde angststoornis
U maakt zich voortdurend zorgen over dagelijkse zaken, zoals geld en of het welzijn van uzelf of anderen. U merkt dat dit piekeren steeds meer uit de hand loopt en u kunt het niet meer stoppen. Daardoor bent u onrustig en sneller geïrriteerd. Meer over een gegeneraliseerde angststoornis

Hypochondrie
Bij hypochondrie bent u er – ondanks veelvuldige geruststelling door de dokter – van overtuigd een ernstige ziekte te hebben. U overtuigt uzelf zo van het bestaan van de ziekte dat u de symptomen daadwerkelijk ervaart en regelmatig de dokter belt of opzoekt om zich te laten onderzoeken. Meer over hypochondrie

Paniekstoornis
U bent af en toe ineens ontzettend angstig. Dit kan gepaard gaan met allerlei lichamelijk reacties, zoals hartkloppingen, zweten, benauwdheid, rillingen, tintelingen of duizeligheid. Deze lichamelijke reacties leiden meestal tot allerlei angstige gedachten. Meer over een paniekstoornis

Posttraumatische stressstoornis
Deze stoornis ontstaat als u een ernstige gebeurtenis heeft meegemaakt. De stoornis kan zich op verschillende manieren uiten. U kunt angstig of somber zijn, last hebben van het opnieuw beleven van de gebeurtenis, een voortdurend gevoel van overmatig waakzaam zijn en u kunt slaap- en concentratieproblemen hebben. Meer over een posttraumatische stressstoornis

Sociale fobie
U ervaart angst en spanning in situaties met andere mensen. U bent bang dat u iets verkeerds doet of zegt en dat anderen u daardoor negatief beoordelen en afkeuren. Situaties waarin u aandacht krijgt vindt u moeilijk en gaat u zo veel mogelijk uit de weg. Meer over een sociale fobie

Specifieke fobie
U bent bang voor een voorwerp, een dier of een situatie zoals liften, hoogten, spinnen of bloed. Alleen de gedachte hieraan kan u al angstig maken. Bij een sterke angst kunt u een paniekaanval krijgen; u gaat trillen, zweten, krijgt hartkloppingen en krijgt extreem angstige gedachten. Meer over een specifieke fobie

Bij de Ermelosche Psychologenpraktijk kiezen we voor die behandeling waarvan het effect wetenschappelijk is bewezen. De wet BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) bevat regels voor zorgverlening door vakkundige hulpverleners in de gezondheidszorg. Onze behandelaren zijn BIG-geregistreerd. Dit is een extra garantie voor de kwaliteit van onze behandelingen.

Na het vaststellen van de diagnose bespreekt uw behandelaar met u welke behandeling het best bij u past. Deze behandeling kan bestaan uit diverse onderdelen. De behandeling van angststoornissen bestaat vaak uit cognitieve gedragstherapie. Deze therapie geeft u meer inzicht in uw eigen doen en denken.

Daarnaast kan in sommige gevallen tevens medicatie worden voorgeschreven (farmacotherapie), bijvoorbeeld wanneer er zeer veel situaties zijn waarin de obsessies, dwanghandelingen of angst- en spanningsreacties een rol spelen of wanneer er tevens sprake is van een depressie.

Cognitieve gedragstherapie houdt in dat twee vormen van therapie met elkaar gecombineerd worden, namelijk cognitieve (verstandelijk vermogen) therapie en gedragstherapie. Het houdt zich bezig met de vermindering van de klachten of problemen uit uw huidige leven. Om deze problemen of klachten te kunnen begrijpen, wordt er soms ook gekeken naar gebeurtenissen die zich eerder in uw leven hebben afgespeeld, maar hier ligt niet de nadruk op.

Zowel cognitieve therapie als gedragstherapie zijn werkwijzen waarbij verschillende stappen in de behandeling worden gepland in nauw overleg met u en uw behandelaar. Beide therapieën worden hieronder toegelicht.

Cognitieve therapie

De aandacht bij deze therapie is gericht op de invloed die het denken heeft op uw gevoelens. Door eenzijdige of negatieve denkgewoontes kunnen er ongewenste gevoelens of emotionele klachten ontstaan. Met cognitieve therapie leert u uw eigen denkpatronen te ontdekken en te wijzigen, zodat u uiteindelijk op een meer evenwichtige wijze gaat kijken naar de voor u moeilijke situaties. Hierdoor kunnen ongewenste gevoelens afnemen.

Gedragstherapie

Zoals het woord al zegt, is deze therapie gebaseerd op uw gedrag. Bij angstklachten zal het gedrag ervoor zorgen dat bepaalde situaties gemeden worden of dat u allerlei veiligheidsmaatregelen wilt treffen. Dit zorgt ervoor dat uw angstgevoelens afnemen, maar op de langere termijn zal het ertoe leiden dat u steeds minder durft en steeds angstiger wordt.

Bij gedragstherapie oefent u stap voor stap het opnieuw aangaan van situaties. Hierdoor leert u geleidelijk aan uw angsten te overwinnen en zelfvertrouwen op te bouwen. Een dergelijke werkwijze wordt ook wel ‘blootstelling’ genoemd, u wordt namelijk blootgesteld aan moeilijke situaties.

Daarnaast wordt er ook gewerkt aan het geleidelijk verminderen van de veiligheidsmaatregelen die u normaal gesproken vaak trof. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat u nieuwe vaardigheden leert, zodat u beter in staat bent om de voor u moeilijke situaties aan te gaan.

EMDR staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing en is een relatief nieuwe behandelvorm. EMDR wordt met name toegepast bij mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) of andere traumagerelateerde klachten. Daarnaast wordt EMDR ook steeds meer toegepast bij andere angststoornissen als toevoeging aan de behandeling met cognitieve gedragstherapie.

EMDR is een vorm van therapie waarbij u gevraagd wordt aan de traumatische gebeurtenis of zeer angstige gebeurtenis terug te denken en tegelijkertijd afgeleid wordt. Vaak is die afleiding in de vorm van oogbewegingen door de hand van de therapeut te volgen. Het doel van EMDR is om de traumatische of angstige ervaringen te verwerken, zodat u uw dagelijkse bezigheden weer kunt oppakken.

Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van EMDR, waaruit naar voren is gekomen dat EMDR goed werkt en mensen soms al met een paar sessies minder last hebben van hun klachten. Het is dus duidelijk dat EMDR werkt, maar hoe het werkt is nog niet helemaal duidelijk. Er wordt ervan uitgegaan dat EMDR het natuurlijk verwerkingssysteem stimuleert. Omdat een traumatische of angstige herinnering wanneer deze in gedachten wordt genomen zowel levendig als intens is, kost dit betrekkelijk veel geheugencapaciteit. Maar het zo snel mogelijk volgen van de hand van de therapeut, zoals dat bij EMDR gebeurt, kost ook geheugencapaciteit. Door deze concurrentie van werkgeheugentaken is er weinig plaats voor de levendigheid en naarheid van de herinnering. Dit biedt de mogelijkheid om een andere betekenis aan de gebeurtenis te geven.

Als behandeling met cognitieve gedragstherapie of EMDR onvoldoende helpt of als de klachten u erg beperken in uw dagelijks leven, kan behandeling met medicijnen overwogen worden. De psychiater binnen onze praktijk of eventueel uw eigen huisarts kunnen de benodigde medicatie voorschrijven, dit is in overleg met uw behandelaar.

De meest gebruikte medicijnen bij de behandeling van angststoornissen zijn medicijnen uit de groep van de SSRI’s (selectieve serotonine heropname remmers). SSRI’s behoren tot een groep medicijnen die ‘antidepressiva’ genoemd worden. Deze naam is een beetje verwarrend, omdat deze middelen net zo sterk tegen angstklachten als tegen depressieve klachten werken. SSRI’s herstellen een normale activiteit van de boodschapperstof serotonine in de hersenen. Hoewel nog niet heel precies bekend is hoe deze medicijnen werken, wordt aangenomen dat door deze medicijnen de zenuwcellen die serotonine gebruiken minder overprikkeld raken waardoor de angst kan afnemen. Er zijn verschillende groepen antidepressiva. Mocht de behandeling met SSRI’s niet het gewenste effect geven, wordt overgestapt op een ander middel zoals bijvoorbeeld TCA’s (tricyclische antidepressiva) of Venlafaxine.

Medicijnen werken niet direct. Het duurt meestal een aantal weken voordat de angst gaat verminderen. Medicatie wordt door de meeste mensen goed verdragen. Toch kunnen er met name in het begin bijwerkingen optreden. Deze klachten verdwijnen meestal binnen enkele weken.

Soms worden bij angststoornissen benzodiazepinen voorgeschreven, dit zijn kalmerende medicijnen. Zij verminderen angst en onrust, maar ook veel lichamelijke klachten die het gevolg zijn van angst. Aangezien benzodiazepinen in tegenstelling tot de antidepressiva verslavend kunnen zijn, zijn deze middelen geen eerste keuze. Deze middelen zijn echter heel geschikt om kortdurend te gebruiken, omdat de angstklachten direct verminderen. Als u met medicatie gaat starten en uw angstklachten moeilijk hanteerbaar zijn, kan de arts u voorstellen om tijdelijk een benzodiazepine te gebruiken naast uw andere medicatie. De benzodiazepine zorgt dan dat de angst vermindert in de tijd dat de medicatie nog niet voldoende werkt. Benzodiazepinen worden niet langer vergoed door de zorgverzekering.

Bij de behandeling van een paniekstoornis krijgt u regelmatig huiswerkopdrachten. U registreert bijvoorbeeld uw klachten of u houdt een zogenaamd ‘gedachtedagboekje’ bij. Ook kunt u oefeningen doen om uzelf aan moeilijke situaties bloot te stellen. De cognitieve gedragstherapie is een behandelvorm die van u een actieve bijdrage vraagt. U werkt hierbij als het ware samen met uw behandelaar.

Het is niet precies aan te geven hoe lang een behandeling duurt. Dit omdat het afhangt van het soort klacht en de ernst van de klacht. Ook maakt het verschil of u een individuele behandeling krijgt of een groepsbehandeling. Bij een individuele behandeling ligt de behandelduur tussen de 8 en 24 bijeenkomsten.

In de eerste fase van de behandeling zullen de bijeenkomsten één keer per week zijn. Verderop in de behandeling wordt dit verlaagd naar één keer in de twee weken. In de meeste gevallen duur een behandeling maximaal een half jaar.

Bij de behandeling van angststoornissen houden we ons nauwkeurig aan de laatste landelijke richtlijnen op dit gebied.

Zie ook:

Filmpje:
http://www.ggzfriesland.nl/autisme-spectrum-stoornis-ass

zelftest:
http://tests.psychologiemagazine.nl/Gezondheid/Test%20autisme

Autisme is een stoornis in de informatieverwerking van de hersenen. Mensen met een autisme spectrum stoornis (ASS) kunnen minder goed contact maken met anderen, hebben moeite met het communiceren, hebben beperkte interesses en moeite met veranderingen. Ook kunnen iemands bewegingen soms wat houterig zijn. Ondanks een goede intelligentie zijn volwassenen met ASS vaak niet of minder goed in staat zich sociaal te handhaven.

Als u problemen heeft met communicatie, sociale interactie en verbeelding kan het zijn dat u autisme heeft. Vindt u het bijvoorbeeld moeilijk om contact te maken? Vermijdt u oogcontact en vindt u knuffelen en aanraken niet erg fijn? Of zoekt u wel contact, maar praat u vervolgens honderduit over wat u bezighoudt, zonder de ander ergens naar te vragen? Sluit u moeilijk vriendschappen en is het voor u lastig om normaal met anderen om te gaan? Ook kunt u het lastig vinden uw dagelijkse leven en vrije tijd invulling te geven.

Woorden neemt u soms heel letterlijk. Gezegden, gebaren of gezichtsuitdrukkingen vindt u moeilijk om te begrijpen. Sommige mensen met autisme praten op een aparte manier, door bijvoorbeeld een vreemde of plechtige stem, veel herhalingen of boekentaal te gebruiken. U bent erg gevoelig voor ‘prikkels’ uit de omgeving. Als de radio bijvoorbeeld zachtjes op de achtergrond aanstaat, kan dit voor u erg hinderlijk zijn, terwijl een ander het niet eens zou horen.

Ook kunt u het moeilijk vinden u iets te verbeelden of ergens uw fantasie op los te laten. Of u heeft juist teveel fantasie, wat weer angstige gedachten kan opleveren. Mensen met autisme hebben vaak interesse voor één of twee voorwerpen, gedachten of activiteiten. U kunt eindeloos met hetzelfde bezig zijn, bijvoorbeeld steeds over hetzelfde thema praten of naar dezelfde muziek luisteren. Of u maakt soms schommelende bewegingen.

Binnen ASS zijn drie typen te onderscheiden, namelijk:

Syndroom van Asperger
Iemand met het syndroom van Asperger heeft veelal dezelfde klachten als iemand met autisme, zoals moeite om echt contact te maken met anderen en opvallende beperkte interesses en activiteiten. Het verschil met autisme is de sterke taalontwikkeling. Wel kan iemand met Asperger op een aparte, wat plechtige manier spreken. Vaak kunnen er problemen ontstaan met subtiele communicatie en lichaamstaal.

PDD-NOS
PDD-NOS is de afkorting voor Pervasive Development Disorder Not Otherwhise Specified. Met andere woorden: pervasieve ontwikkelingsstoornis, niet nader omschreven. Er wordt vaak gezegd dat iemand met PDD-NOS een lichte vorm van autisme heeft, dit betekent overigens niet minder ernstig. Veel mensen met PDD-NOS zijn extreem gevoelig voor ‘prikkels’ uit de omgeving. Ze kunnen last hebben van achtergrondgeluiden die andere mensen niet horen. Voor deze mensen is het moeilijk om normaal om te gaan met leeftijdsgenoten. Ze sluiten moeilijker vriendschappen en vinden het bovendien lastig om hun dagelijks leven en vrije tijd in te vullen.

McDD
McDD is de afkorting van Multiple-complex Development Disorder. Met andere woorden: meervoudig complexe ontwikkelingsstoornis. Mensen met McDD hebben de problemen die ook bij PDD-NOS horen. Daarnaast hebben ze moeite om hun emotie (bijvoorbeeld woede) onder controle te houden. Daardoor zijn ze extreem angstig. Sommige mensen met McDD kunnen werkelijkheid en een fantasie niet goed meer uit elkaar houden.

De diagnose ‘Autisme’ wordt niet van de een op andere dag gesteld. Een psychiater of psycholoog voert gesprekken met u en doet diverse testen. De diagnose heeft veel invloed op iemand zijn leven. De ene keer heeft u er meer last van, een andere keer weer wat minder. Leven met autisme vraagt ook de nodige aanpassingen van uw omgeving.

Vaak is autisme niet aan de persoon te zien. Maar er gebeurt veel in het hoofd van iemand met deze stoornis. Als naaste is het belangrijk begrip te hebben. Afhankelijk van de kenmerken die gevonden worden, wordt vastgesteld of er sprake is van klassiek autisme, het syndroom van Asperger of PDD-NOS (Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified).

Tijdens de behandeling wordt uitgebreid aandacht besteed aan psycho-educatie. Hierbij wordt uitleg gegeven over de diagnose, over zowel de beperkingen als de talenten die dit met zich meebrengt. We bespreken de gevolgen van de diagnose in diverse fasen van het leven. Vervolgens wordt gekeken of er behoefte is aan individuele coaching, partnerrelatie-therapie (Rel-ASS) of cognitieve therapie om uw zelfvertrouwen te vergroten. Tevens kan medicatie een onderdeel van de behandeling zijn.

Er zijn geen twee mensen met autisme gelijk. Maar allemaal beleven ze de wereld anders dan u. Misschien gedragen ze zich hierdoor op een manier die u niet gewend bent. Dat kan misverstanden opleveren en voor onzekerheid zorgen bij de persoon met autisme én bij u. Tips:

  •  Bedenk dat mensen met autisme de sociale regels vaak niet begrijpen.
  •  Word niet boos als een kind met autisme u niet vriendelijk begroet met een lach of een hand. Of vraag zelf om een kopje koffie als u dat niet krijgt wanneer u op visite komt.
  •  Bedenk dat iemand met autisme niet onbeleefd wil zijn als hij of zij u niet aankijkt.
  •  Verwacht geen reacties op uw emoties. Verwacht bijvoorbeeld bij verdriet geen arm om uw schouder. Of bij goed nieuws veel blijdschap.
  •  Verwacht geen reactie op uw non-verbale communicatie zoals een boze gezichts¬uitdrukking of gebaren. Als u wilt dat iemand reageert op wat u zegt, vraag er dan specifiek om (‘luister naar wat ik vertel’). Benoem altijd letterlijk wat u wilt of voelt.
  •  Leg altijd uit wat u wilt gaan doen. En vraag daarna of hij u goed heeft begrepen voordat u iets doet.
  •  Schreeuw niet of praat niet met een harde stem. Mensen met autisme kunnen hier heftiger van schrikken dan anderen.
  •  Raak iemand met autisme niet aan als dat niet nodig is. De meesten worden niet graag aangeraakt.
  •  Bedenk dat veel mensen met autisme zich niet express ‘anders’ gedragen. Hij of zij kan er ook niets aan doen.
  •  Stel eenvoudige vragen. Bijvoorbeeld: Een moeder moet haar zoon en een klasgenoot met autisme naar voetbaltraining brengen. Ze zegt niet: ‘Ga je mee?’ Maar ze zegt: ‘Je moet naar voetbaltraining. Ik breng je vandaag met de auto naar de club. We vertrekken over vijf minuten, dus trek je jas aan. Je vriendje Jasper gaat mee’.
  •  Gebruik geen taal met een dubbele betekenis. Het woord ‘vliegangst’ kan hij of zij opvatten als ‘bang zijn voor een vlieg’.
  •  Geef hem extra tijd om uw informatie op te nemen.
  •  Vraag altijd of hij u begrepen heeft.
  •  Gebruik zoveel mogelijk schema’s, agenda’s, bewegwijzering en geschreven instructies om iets duidelijk te maken.
  •  Vertel of vraag één ding tegelijk.
  •  Vermijd sarcasme. Een opmerking als ‘prachtig’ als iets juist lelijk is, is voor hem onduidelijk.
  •  Vermijd onoverzichtelijke en onvoorspelbare situaties. Bijvoorbeeld:

- Lange rijen wachtende mensen, zoals bij een kassa.
- Veel mensen bij elkaar, zoals op een markt of braderie.
- Lawaaiige omgeving, zoals een zwembad, pretpark of festival.

Bron: http://www.psychischegezondheid.nl/psychowijzer

Ieder mens heeft verschillende stemmingen. Zo kunt u vrolijk of uitgelaten zijn of verdrietig of wanhopig. Normaal gesproken past de gemoedstoestand of emotie zich aan bij de situatie waarin u zich bevindt. Als uw stemmingen niet aansluiten bij de omstandigheden of als ze te hevig zijn, is er mogelijk sprake van een stemmingsstoornis.

Onder stemmingsstoornissen worden verstoringen van de normale stemming verstaan. Dat kan een depressie zijn, waarbij de stemming voor langere tijd gedrukt is of een manie, waarbij de stemming verhoogd of sterk prikkelbaar is.

Er zijn verschillende soorten depressies. Hieronder leest u over de verschillen tussen de soorten depressies.

Manisch depressieve stoornis
Dit wordt ook wel een bipolaire stoornis genoemd. Uw stemming wisselt sterk tussen twee extremen. De sombere periode heet een depressie en de periode dat u heel uitgelaten of heel prikkelbaar bent heet een manie. Door de omgeving wordt deze stemming vaak beleefd als kunstmatig vrolijk en als belastend ervaren. Door zelfoverschatting of overdreven optimisme kunt in een manische periode in de problemen komen, bijvoorbeeld doordat u veel teveel geld uitgeeft. Ook kunt u door extreem ongeduld en toegenomen prikkelbaarheid in conflict komen met de mensen om u heen. Ook wanneer u alleen last hebt van manisch periodes wordt er in de praktijk gesproken van een manisch depressieve stoornis, ook als u nooit depressief bent geweest. Van hypomanie wordt gesproken als er wel symptomen zijn van manie, maar niet zodanig ernstig dat u er door in de problemen komt. Lees hier meer informatie over de stoornis.

Depressie
De hele dag voelt u zich somber en terneergeslagen. U heeft weinig energie, uw concentratie neemt af en u voelt zich soms prikkelbaar. De kleur die het leven voor u had is tijdelijk verdwenen. Het lijkt uitzichtloos en dat maakt een depressie zwaar en pijnlijk. Een depressie is vaak een gevolg van een ingrijpende, treurige gebeurtenis maar ook erfelijke factoren spelen een rol. Een depressie heet ook wel een unipoliare stoornis.

Dysthyme stoornis
Dit is een minder ernstige maar wel langdurige depressie. U bent het grootste deel van de dag en minstens een aantal dagen per week neerslachtig of verdrietig. Deze depressieve gevoelens spelen al langer dan twee jaar. U beleeft al lange tijd veel minder plezier aan het leven dan voorheen.

Postpartum depressie
U bent net bevallen en u voelt zich somber, heeft geen interesse in dingen om u heen en u kunt niet genieten van uw baby. U mist een ‘moedergevoel’ of voelt zich juist extreem bezorgd.

Bij de Ermelosche Psychologenpraktijk kiezen we voor die behandeling waarvan het effect wetenschappelijk is bewezen. De wet BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) bevat regels voor zorgverlening door vakkundige hulpverleners in de gezondheidszorg. Onze behandelaren zijn BIG-geregistreerd. Dit is een extra garantie voor de kwaliteit van onze behandelingen. Na het vaststellen van de diagnose bespreekt uw behandelaar met u welke behandeling het best bij u past. Deze behandeling kan bestaan uit diverse onderdelen. De behandeling van een depressie bestaat vaak uit cognitieve gedragstherapie. Deze therapie geeft u meer inzicht in uw eigen doen en denken. Daarnaast kan in sommige gevallen tevens medicatie worden voorgeschreven (farmacotherapie).

Mindfulnesscursus
Onze collegas bij de Praktijk voor de Verandering verzorgen mindfullnesscursussen in groepsverband. Soms verwijzen we clienten naar deze praktijk voor mindfullness. Het doel van deze cursus is te voorkomen dat u terugvalt in een depressie. U wordt zich meer bewust van uw emoties, gedachten en gedrag. U richt uw aandacht op het hier-en-nu zonder oordeel. Er worden oefeningen gedaan die nabesproken worden. U krijgt cd’s mee met oefeningen voor thuis.

Cognitieve gedragstherapie houdt in dat twee vormen van therapie met elkaar gecombineerd worden, namelijk cognitieve (verstandelijk vermogen) therapie en gedragstherapie. Het houdt zich bezig met de vermindering van de klachten of problemen uit uw huidige leven. Om deze problemen of klachten te kunnen begrijpen, wordt er soms ook gekeken naar gebeurtenissen die zich eerder in uw leven hebben afgespeeld, maar hier ligt niet de nadruk op.

Zowel cognitieve therapie als gedragstherapie zijn werkwijzen waarbij verschillende stappen in de behandeling worden gepland in nauw overleg met u en uw behandelaar. Beide therapieën worden hieronder toegelicht.

De aandacht bij deze therapie is gericht op de invloed die het denken heeft op uw gevoelens. Door eenzijdige of negatieve denkgewoontes kunnen er ongewenste gevoelens of emotionele klachten ontstaan. Met cognitieve therapie leert u uw eigen denkpatronen te ontdekken en te wijzigen, zodat u uiteindelijk op een meer evenwichtige wijze gaat kijken naar de voor u moeilijke situaties. Hierdoor kunnen ongewenste gevoelens afnemen.

Zoals het woord al zegt, is deze therapie gebaseerd op uw gedrag. Bij een depressie zal het gedrag ervoor zorgen dat bepaalde situaties gemeden worden en dat u steeds inaktiever wordt. Hierdoor zult u steeds minder ondernemen en dit is slecht voor uw stemming. Uw stemming komt in een negatieve spiraal.

Bij gedragstherapie oefent u stap voor stap het opnieuw aangaan van situaties. Hierdoor leert u geleidelijk aan uw angsten te overwinnen en zelfvertrouwen op te bouwen. Een dergelijke werkwijze wordt ook wel ‘blootstelling’ genoemd, u wordt namelijk blootgesteld aan moeilijke situaties. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan het geleidelijk verminderen van de veiligheidsmaatregelen die u normaal gesproken vaak trof. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat u nieuwe vaardigheden leert, zodat u beter in staat bent om de voor u moeilijke situaties aan te gaan.

Bij de behandeling van een depressie krijgt u regelmatig huiswerkopdrachten. U registreert bijvoorbeeld uw stemming en klachten of u houdt een zogenaamd ‘gedachtedagboekje’ bij. Ook kunt u oefeningen doen om uzelf aan moeilijke situaties bloot te stellen. De cognitieve gedragstherapie is een behandelvorm die van u een actieve bijdrage vraagt. U werkt hierbij als het ware samen met uw behandelaar.

Het is niet precies aan te geven hoe lang een behandeling duurt. Dit omdat het afhangt van het soort klacht en de ernst van de klacht. Ook maakt het verschil of u een individuele behandeling krijgt of een groepsbehandeling. Bij een individuele behandeling ligt de behandelduur tussen de 5 en 20 bijeenkomsten. In de eerste fase van de behandeling zullen de bijeenkomsten één keer per week zijn. Verderop in de behandeling wordt dit verlaagd naar één keer in de twee weken. In de meeste gevallen duur een behandeling maximaal een half jaar.

Bij de behandeling van een depressie houden we ons nauwkeurig aan de laatste landelijke richtlijnen op dit gebied.

Zie ook:

Filmpje:
http://www.ggzfriesland.nl/videos-eetstoornis

Mensen met een eetprobleem proberen in het algemeen grip te krijgen op hun psychische of sociale problemen met behulp van hun eetgedrag. Is alles wat met eten te maken heeft voor u beladen? En wordt uw leven eigenlijk beheerst door (de gedachte) aan eten? Dan is het goed mogelijk dat u een eetstoornis heeft.

Bekende eetstoornissen zijn Anorexia en Boulimia Nervosa, ziektes waarbij vooral jonge vrouwen hun negatieve zelfbeeld weerspiegeld zien in een negatief lichaamsbeeld. Onderliggend aan dit negatieve zelfbeeld kunnen allerlei psychosociale problemen spelen van identiteitsproblematiek tot problemen met de partner, familie of vrienden. Maar het kan ook gaan om mensen die hun troost zoeken in eten en een zogenoemde Binge-eating Disorder ontwikkelen en hierdoor ernstig overgewicht ontwikkelen met alle lichamelijke, psychische en sociale complicaties van dien.

Aan de buitenkant is het niet altijd zichtbaar dat iemand eetproblemen heeft. Ook weten mensen in de omgeving er weinig van; ze zien soms niet dat er sprake is van een serieus probleem. Toch zijn er voor de omgeving vaak wel signalen op te merken, die kunnen duiden op een (beginnende) eetstoornis. Bekijk de signalenkaart eetstoornissen

Hieronder vindt u informatie over de meest voorkomende eetstoornissen.

U denkt de hele dag aan eten en afvallen. U bent doodsbang om dik te worden. Ook al heeft u een gezond gewicht, u voelt zich abnormaal dik. U heeft een vertekend lichaamsbeeld. U probeert uw hongergevoel de hele dag te onderdrukken en ontzegt uzelf steeds meer. Hierdoor kunt u in een sociaal isolement terecht komen; anorexia wordt uw ‘vriend’. Vermageren is voor u een verslaving geworden, het geeft u houvast en een gevoel van controle.

Vaak eet u iedere dag dezelfde dingen, volgens een vast ritueel. Soms vindt u dit moeilijk vol te houden en verliest u af en toe de controle. Daarop volgt een eetbui waarbij u in korte tijd veel ongezond eten naar binnenwerkt. Na afloop voelt u zich schuldig en probeert u het eten zo snel mogelijk kwijt te raken door bijvoorbeeld te braken, laxeren of te gaan sporten. Mensen met anorexia beseffen meestal heel goed dat hun omgeving het extreme lijnen afkeurt.

De mensen in uw omgeving proberen u aan het eten te krijgen. U gebruikt daarom allerlei uitvluchten en trucs. U zegt bijvoorbeeld dat u net gegeten hebt of u gooien het eten weg. Of u eet mee om de lieve vrede te bewaren, maar braakt direct daarna alles weer uit. U ontkent, ook tegenover zichzelf, dat er iets mis is. Dit verhindert u om uw problemen te bespreken met belangrijke mensen in uw omgeving.

U zult niet gauw hulp zoeken, uit schaamte of omdat u gelooft dat u goed bezig bent. Maar in feite pleegt u geleidelijk aan een behoorlijke roofbouw op uw lichaam. Dit kan ernstige gevolgen hebben. Het is moeilijk, maar de eerste stap naar herstel is erkennen dat u een ziekte heeft en dat u hulp nodig heeft.

Naast anorexia komt ook boulimia regelmatig voor. U heeft regelmatig heftige eetbuien. De drang om in korte tijd veel te eten is een onbeheersbaar gevoel. Tijdens zo’n eetbui bent u de controle over uzelf kwijt. U werkt alles naar binnen en proeft niet eens meer wat u eet. U kunt soms uren aan één stuk door eten. Daarna braakt u het eten uit of u gebruikt laxeermiddelen om het eten weer kwijt te raken. Want u wilt niet aankomen.

Ook dwingt u zichzelf tot fanatiek sporten. U loopt bijvoorbeeld vele kilometers per dag, doet buikspieroefeningen of probeert weer te lijnen. U houdt de eetbuien voor uw omgeving verborgen. U schaamt zich ervoor en u moet van uzelf de discipline opbrengen om op gewicht blijven. Daaraan ontleent u uw eigenwaarde. Het zal u niet vaak lukken om normaal te eten. Na iedere eetbui schaamt u zich weer en voelt u zich schuldig en zwak. Doordat het aankomen en afvallen elkaar afwisselt heeft u een vrij normaal gewicht. Dit gewicht kan echter in korte tijd sterk wisselen.

Anders dan bij anorexia is dit eetprobleem meestal aan de buitenkant niet zichtbaar, al denkt u zelf van wel.

Een andere veelvoorkomende eetstoornis is Binge Eating Disorder (BED, eetbuistoornis). U heeft regelmatig heftige eetbuien. In korte tijd eet u zich vol met een grote hoeveelheid voedsel (vaak calorierijk) en kunt u niet meer stoppen. U voelt zich na afloop vaak zwak en schuldig. Een verschil met boulimia is dat u het eten niet probeert kwijt te raken door laxeermiddelen te gebruiken of te braken. U kunt daardoor erg dik worden. Dat maakt deze stoornis veel zichtbaarder. De schaamte hiervoor kan leiden tot meer psychische problemen en meer eetbuien.

De behandeling bestaat uit verschillende onderdelen en verloopt in fasen. In de eerste plaats geven we u en eventueel uw familie goede voorlichting over de ziekte. Het doel van de behandeling is om een gezond eet- en bewegingspatroon op te bouwen. We hebben aandacht voor de oorzaken en de gevolgen van een eetstoornis. Ook leren we u omgaan met de problemen die daarbij een rol spelen zoals braken en laxeren, bewegen, lichaamsbeleving, negatief zelfbeeld en de ontwikkelingen van uw persoonlijkheid.

De behandeling vindt altijd plaats in overleg met uw huisarts. Wanneer uw lichamelijke conditie het niet langer toestaat dat u ambulant behandeld word, verwijzen wij u door naar een kliniek voor behandeling van eetstoornissen, meestal Rintveld van Altrecht in Zeist. 

Ook in Hilversum wordt meer intensieve behandeling geboden: http://www.ggzcentraal.nl/binaries/content/assets/website/merken/rembrandthof/eetstoornissen/eetstoornissen-patienteninfo-oktober-2014.pdf

Ieder mens heeft een bepaalde persoonlijkheid of bepaalde karaktereigenschappen. U bent bijvoorbeeld rustig of juist erg druk van aard. Iemand met een persoonlijkheidsstoornis heeft extreme persoonlijke eigenschappen, die vaak als hinderlijk worden ervaren. Deze eigenschappen bezorgen de persoon zelf en de omgeving voortdurend last. Iemand met een persoonlijkheidsstoornis is niet goed in staat zijn gedrag aan te passen aan wisselende omstandigheden.

VERSCHILLENDE PERSOONLIJKHEIDSSTOORNISSEN

Er zijn globaal drie hoofdgroepen te onderscheiden. Voor meer informatie over de verschillende persoonlijkheidsstoornisssen klikt u op de omschrijvingen hieronder:

MENSEN MET VREEMD EN EXCENTRIEK GEDRAG

Mensen met vreemd en excentriek gedrag leven vaak een wat teruggetrokken leven. Door hun eigenschappen kunnen ze een persoonlijkheidsstoornis ontwikkelen. Onder deze groep vallen drie persoonlijkheidsstoornissen:

Sommigen mensen hebben veel vertrouwen in de medemens, terwijl anderen juist zeer wantrouwend tegen alles en iedereen aankijken. Die achterdocht kan zelfs zover gaan dat u daar in het dagelijks leven echt last van hebt. U kunt bijvoorbeeld denken dat anderen kwaadwillig zijn en dat mensen u willen buitensluiten of bedriegen. Bent u ook continu wantrouwend en herkent u zich in het bovengeschetste beeld? Dan kan het zijn dat u een paranoïde persoonlijkheidsstoornis heeft.

Vrienden, familie en zelfs de eigen partner bekijkt u met argusogen. U vindt het moeilijk u kwetsbaar op te stellen of uw diepste angsten met iemand te delen. Het diepe wantrouwen zorgt er voor dat u achter elke opmerking van uw omgeving iets zoekt. Onschuldige grapjes ziet u al snel als belediging of kleinering. U kunt dan ook, na het horen van dit soort opmerkingen, agressief en vijandig tegen iemand uit de slof schieten. Ook kan het zijn dat u vermoedt dat uw partner vreemdgaat of op een andere manier u pijn gaat doen, zelfs als hier geen enkele aanleiding voor is. Als u echt kwaad wordt aangedaan, dan vindt u het erg moeilijk een ander te vergeven.

Bij het ontstaan van een paranoïde persoonlijkheidsstoornis speelt erfelijkheid een rol. Als u een paranoïde vader of moeder heeft, heeft u zelf ook meer kans op de persoonlijkheidsstoornis. Mensen met schizofrenie krijgen ook eerder een PPS. Als u een traumatische jeugd heeft gehad, is dat eveneens een bijdragende factor. Overmatig veel kritiek en afwijzing van een van uw ouders, stressvolle gebeurtenissen, verwaarlozing en seksueel, emotioneel en lichamelijk geweld zorgen er voor dat de persoonlijkheidsstoornis eerder bij u ontstaat. Ten slotte hebben meer mannen dan vrouwen last van een PPS.

Sommige mensen vinden het prettig alleen te zijn. Contact wordt als overbodig gezien. Het praten over gevoelens gaat hen niet gemakkelijk af. Door de omgeving kan zo’n persoon als constant, saai en kil worden gezien. Herkent u zich hierin? Dan kan het zijn dat u een schizoïde persoonlijkheidsstoornis heeft.

Iemand met deze persoonlijkheidsstoornis voelt zich niet op zijn gemak in intieme, menselijke relaties. Het kan ook zijn dat u juist wel menselijk contact wilt, maar dit vermijdt vanwege een traumatische jeugd. Een praatje maken gaat u niet gemakkelijk af, u reageert zo kort mogelijk en oogcontact vermijdt u het liefst. U voelt zich het prettigst in een baan waarbij u zo min mogelijk contact hoeft te maken. In uw vrijetijd bent u het liefst met hobby’s bezig die u helemaal alleen kunt doen. Het kan zijn dat u geen of weinig interesse hebt in seks. U kunt soms verdrietig en boos worden omdat u het gevoel heeft weinig voldoening uit het leven te halen. Deze gevoelens kunt u niet goed uiten. Ook lijkt u ongevoelig voor kritiek en bewondering van anderen.

Over de precieze oorzaak van een SPS is niet veel bekend. Enkele gebeurtenissen tijdens uw leven kunnen de kans op de stoornis vergroten. Hierbij kunt u denken aan verwaarloosde kinderen die geen enkele emotionele band opbouwen met hun ouders en deze als kil en afstandelijk ervaren. Bij dit soort kinderen kan eerder een SPS ontstaan. Als u vroeger bent blootgesteld aan seksueel, emotioneel en/of lichamelijk geweld dan kunt u ook eerder een SPS ontwikkelen.

De een valt meer op dan de ander. Sommigen vallen op doordat ze anders zijn dan alle anderen om hen heen. Zowel in gespreksstof, opvattingen, manier van praten als in kledingstijl. Sommige mensen hebben moeite een ander te vertrouwen en denken dat iedereen iets van ze wil. Vaak gaan ze niet om met veel mensen, maar alleen met directe familieleden. Herkent u zich in bovenstaande omschrijving? Dan kan het zijn dat u een schizotypische persoonlijkheidsstoornis heeft.

U voelt zich ongemakkelijk in het contact met anderen. Waarschijnlijk gaat u daardoor niet gauw een vriendschap aan. Andere mensen kunnen vinden dat u bizarre, onwerkelijke gedachtes heeft. U kunt ook kil overkomen, omdat u zich moeilijk kunt inleven in een ander. Misschien kleedt u zich anders dan de meesten en in een gesprek kunt u zeer gedetailleerd en onsamenhangend zijn. Het laatste komt vooral omdat u moeilijk uw aandacht ergens lang bij kunt houden. Het kan zijn dat u bijgelovig bent of denkt dat u helderziend bent. Door de stoornis die u heeft, kunt u de band met de realiteit verliezen. U kunt bijvoorbeeld denken dat iedereen u nastaart als u rustig over straat loopt. Diep van binnen weet u dat dat niet zo is, maar de angstige gevoelens zijn er vaak. Het kan ook zijn dat u af en toe psychoses doormaakt.

Bij een STPS is de communicatie in uw zenuwstelsel uit balans. Bepaalde stoffen (neurotransmitters) geven signalen door van de ene naar de andere zenuwcel. Bij u is er een overschot van de neurotransmitter dopamine, waardoor u psychotische symptomen kan vertonen. Hierbij kunt u denken aan het verminderen van uw realiteitszin. Erfelijke factoren spelen ook een grote rol bij de ontwikkeling van een STPS. Als uw vader of moeder de persoonlijkheidsstoornis heeft, dan bestaat er een grotere kans dat u het ook krijgt. Naast biologische factoren speelt ook uw omgeving een rol, (hoewel deze minder invloed heeft dan bij de meeste andere persoonlijkheidsstoornissen). Traumatische gebeurtenissen, zoals lichamelijke en seksuele mishandeling, blijken eerder voor een STPS te zorgen.

MENSEN MET STERK EMOTIONEEL EN ONVOORSPELBAAR GEDRAG

Vanaf jonge leeftijd leren we dat bepaalde dingen niet mogen. Onze ouders proberen structuur aan te brengen in ons leven en proberen ons bepaalde normen en waarden mee te geven. Maar soms gaat dit mis of lukt het ouders om bepaalde redenen niet deze taak te volbrengen. Het kan dan zijn dat u een antisociale persoonlijkheidsstoornis ontwikkelt. Door het gebrek aan sturing en grenzen, kan het zijn dat u al vanaf jonge leeftijd weinig respect kunt opbrengen voor anderen.

Vanaf de puberteit begint er een patroon van roekeloos en impulsief gedrag te ontstaan, waarbij u gemakkelijk over de grenzen van anderen heen kunt gaan. U vindt het moeilijk u te houden aan de wet en maatschappelijke normen. Liegen gaat u redelijk gemakkelijk af en u hebt de neiging uw gedrag goed te praten. U leeft van dag tot dag en heeft waarschijnlijk geen plan voor de toekomst.

Door uw roekeloze gedrag kunt u in aanraking met politie en justitie komen, maar dit hoeft niet altijd zo te zijn. U houdt weinig rekening met de veiligheid van anderen en ook om uw eigen veiligheid bekommert u zich niet. Voor de buitenwereld kunt u soms kil en vijandig overkomen. Het negatieve gedrag dat u vertoont, kan veroorzaakt worden door biologische factoren.

Veelal heeft het echter te maken met de manier waarop u bent opgevoed. Als u in een onverschillig, kil en agressief klimaat bent grootgebracht, heeft dit gevolgen voor uw persoonlijke ontwikkeling. Ook kan er sprake zijn geweest van een gebrek aan begeleiding en sturing door uw opvoeders. Of u stond sterk in de schaduw van een broer of zus die niets fout kon doen. Daarnaast kunnen traumatische ervaringen, zoals verlating, misbruik of mishandeling een rol spelen.

Iedereen ervaart gevoelens als blijheid, boosheid en somberheid. Maar bij sommige mensen kan de stemming erg snel wisselen. Het ene moment kunt u zo gelukkig zijn dat u fluitend over straat loopt en het volgende ogenblik bent u zo boos dat u uw vuist wel tegen de muur wilt slaan. Het kan moeilijk zijn om te gaan met deze heftige wisselingen. Al die gevoelens waarmee u worstelt, kunnen voortvloeien uit een borderline persoonlijkheidsstoornis.

Voor de buitenwereld wordt uw onevenwichtige gedrag zichtbaar doordat u te emotioneel, heftig of driftig kunt reageren. U doet vaak pogingen om te voorkomen dat u niet in de steek wordt gelaten. Uw angst voor verlating kan reëel zijn, maar het kan ook zijn dat dit slechts uw verbeelding is. Door uw tekort aan zelfvertrouwen kunt u zichzelf schade berokkenen, bijvoorbeeld door risico’s te nemen op het gebied van seks, drugsmisbruik, eetbuien of roekeloos gedrag. Het beeld dat u van uzelf en van anderen hebt kan snel wisselen. Ook kunt u last hebben van suïcidale neigingen, wat zich kan uiten in het dreigen met zelfdoding of u zelf snijden. Uw stemmingswisselingen worden veelal veroorzaakt door een combinatie van factoren.

Biologische factoren, zoals een stoornis in de serotine huishouding, kunnen een rol spelen. Daarnaast is er vaak sprake van ingrijpende ervaringen in de jeugd; emotionele verwaarlozing, een instabiele gezinssituatie, mishandeling of misbruik kunnen uw negatieve gedrag verklaren. Als ook nog vrienden, uw werk of andere stabiele factoren wegvallen, kan dit de kans op een borderline stoornis versterken.

Sommige mensen vinden het vreselijk om in de schijnwerpers te staan. Anderen vinden het juist heerlijk om de aandacht te trekken. Soms zelfs zodanig dat ze die aandacht voortdurend proberen vast te houden. Er wordt van alles uit de kast getrokken om in de belangstelling te blijven staan. Is het alleen een extraverte persoonlijkheid of heeft u de schijnwerpers echt nodig om gevoelens van onderwaardering en onzekerheid te onderdrukken? Dan kan het zijn dat u een theatrale persoonlijkheidsstoornis heeft.

U staat graag in het middelpunt van de belangstelling en bent voortdurend op zoek naar aandacht van uw omgeving. U kunt hevige emotionele uitbarstingen hebben. Door uw vrienden en familie wordt u vaak omschreven als sociaal, uitbundig, enthousiast, overdreven en flirterig. Relaties aangaan en behouden vindt u moeilijk. Vooral het tonen van intimiteit vindt u niet gemakkelijk. Opvallend is dat u uw vriendschapsrelaties vaak diepgaander ervaart dan ze in werkelijkheid zijn. U heeft moeite om uw aandacht ergens op te vestigen en vast te houden.

Het gevolg is dat u zich altijd op de oppervlakte houdt, zowel qua gespreksstof als in uw manier van praten. Omdat u de hele tijd aandacht verlangt, besteedt u veel tijd aan uw uiterlijk en status. Nare herinneringen, depressieve gevoelens en onzekerheden stopt u weg door u te richten op de aandacht en complimentjes die u ontvangt van buitenaf.

Uw ‘theatrale’ gedrag kan veroorzaakt worden door biologische factoren. Veelal heeft het echter te maken met de manier waarop u bent opgevoed. Misschien had u een theatrale ouder als voorbeeldfiguur of had u veel concurrentie met broertjes en zusjes om de aandacht van de ouders. Ook onregelmatige bevestiging in uw vroege jeugd door verschillende personen kan een rol spelen. Of u ontving weinig kritiek of straf of kreeg onvoorspelbare reacties op uw gedrag terug van uw ouders. Ook kan het zijn dat men de aandacht richtte op uw aantrekkelijke eigenschappen en dat u daarvan vervolgens afhankelijk werd.

Sommige mensen proberen bijzonder te zijn en zich te onderscheiden met hun talenten. Of ze proberen zich te onderscheiden met uiterlijkheden; bijvoorbeeld alleen de duurste gadgets, auto of vakantiebestemming zijn goed genoeg. Ze willen succesvol zijn en bewonderd worden. Een zekere mate van zelfingenomenheid en ijdelheid is gezond en kan tot maatschappelijk succes leiden. Een overdosis hiervan gaat echter ten koste van het geluksgevoel. Heeft u eigenlijk een sterk wisselend of laag zelfgevoel en probeert u dit te compenseren door bewondering van anderen? Dan kan het zijn dat u een narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft.

Narcisme is een term waarmee een bepaalde mate van zelfwaardering of zelfliefde wordt aangeduid. In principe is zelfwaardering niet verkeerd. Het punt waarop gezonde zelfliefde overgaat in ongezonde zelfliefde is moeilijk aan te duiden en is ook afhankelijk van de situatie en de levensfase. Er zijn twee types narcisme te onderscheiden: de ‘openlijke narcists’ of de ‘geremde narcist’. Bij de eerste vorm is de persoon zeer ingenomen met de eigen prestaties. Fortuin en roem zijn voor u belangrijk. U meent dat iedereen u bewondert en jaloers op u is. U vindt het moeilijk u in te leven in anderen en kunt snel boos worden als het niet gaat zoals u dat wilt. Een geremde narcist richt zijn aandacht voortdurend op anderen en wil uit alle macht kritiek voorkomen. U bent verlegen, schaamt zich snel en voelt u snel gekwetst. U kijkt veel naar hoe anderen zich gedragen.

De meeste mensen met deze narcistische stoornis zitten tussen deze uiterste typen in. De narcistische persoonlijkheidsstoornis wordt vermoedelijk veroorzaakt door een samenspel van psychologische, biologische en omgevingsfactoren. Tijdens de puberteit treden de eerste problemen op. De kern van het probleem is een te lage zelfwaardering, waardoor de honger naar waardering van anderen niet te stillen is.

MENSEN MET ZEER ANGSTIG EN ONZEKER GEDRAG

Mensen die in het dagelijks leven zeer angstig en onzeker zijn, kunnen een persoonlijkheidsstoornis ontwikkelen. Onder deze groep vallen drie persoonlijkheidsstoornissen:

Mensen zijn van nature sociaal. Het alleen zijn en het nemen van eigen beslissingen is voor veel mensen niet gemakkelijk, maar voor sommige mensen is het extra moeilijk. Deze mensen zijn op zoek naar een rots in de branding: één persoon die voor hen kan zorgen en voldoende aandacht aan hen geeft. Niet omdat ze dit zelf niet kunnen, maar omdat ze teveel twijfelen aan hun eigen capaciteiten. Herkent u zich hierin? Dan kan het zijn dat u een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis (APS) heeft.

U bent erg afhankelijk van anderen en waarschijnlijk heeft u weinig zelfvetrouwen. U vindt het lastig om beslissingen te nemen en kunt moeite hebben om alleen te zijn. Daarom kan het zijn dat u vaak relaties aangaat en u vastklampt aan de ‘sterkere’ persoon in de relatie. Waarschijnlijk gaat deze relatie voor alles, bent u bereid heel ver te gaan voor deze persoon en cijfert uzelf weg. U twijfelt vaak aan uw eigen kunnen en bewondert anderen om hun competenties.

Er kunnen meerdere redenen zijn waardoor u afhankelijk gedrag vertoont. Biologische factoren kunnen een rol spelen. Sommige onderzoeken wijzen uit dat de stoornis erfelijk kan zijn. Sommige mensen hebben ook meer aanleg voor angstig en somber gedrag dan anderen. Ook dat is erfelijk bepaald. Ook de omgeving waarin u bent grootgebracht kan een rol spelen. Misschien hadden uw ouders een overbeschermende of aanklampende opstelling. Of werd uw afhankelijke gedrag beloond en kreeg u negatieve reacties als u zelf iets wilde ondernemen. Verder kunnen ingrijpende ziektes in de vroege jeugd van invloed zijn. Ook kan het zijn dat u een assertievere broer of zus had waardoor u eerder in de rol van ‘het zwakkere kind’ kwam. Daarnaast kan uw huidige woonsituatie invloed hebben op het ontstaan van de persoonlijkheidsstoornis. Mensen die alleen wonen of gescheiden zijn hebben twee keer zoveel kans op het ontstaan van APS dan mensen die samenwonen of getrouwd zijn.

Bij sommige mensen draait alles om details: alles moet tot in de puntjes toe perfect zijn. Zij houden van ordening en stellen hoge eisen aan zichzelf. Vaak vergt deze perfectionistische houding veel tijd, waardoor u bijvoorbeeld eerder werk doet in uw eigen tijd. Als u uw prestaties nooit ‘goed genoeg’ vindt, kan het zijn dat u een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis heeft. Ook wel Obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis (OCPS) genoemd.

U bent extreem perfectionistisch. Dit uit zich vaak ook in het willen ordenen: alles moet volgens vaste regels en schema’s waar niet vanaf mag worden geweken. Ook over moraal, ethiek en waarden valt lastig met u te discussiëren; het is zwart of wit. Uw starre houding maakt het voor uzelf moeilijk om met anderen samen te werken. U weet vaak niet of u op uzelf of op anderen moeten vertrouwen. U kunt de indruk wekken heel zelfstandig te zijn, terwijl u misschien voortdurend piekert over hoe anderen over u oordelen.

Bij het ontstaan van de stoornis speelt opvoeding een belangrijke rol. Vaak blijken mensen met deze stoornis een opvoeding te hebben gehad, waarbij de ouders zich negatief opstelden tegenover hun kinderen en een sterke nadruk op presteren legden. Ook een afstandelijke, kritische of strenge opstelling van de ouders kan de kans vergroten. Wellicht was er weinig ruimte voor flexibiliteit en speelsheid en lag de nadruk vooral op verantwoordelijkheidsgevoel. Daarnaast kan het zijn dat u succesvol wilt zijn en ‘alsmaar doorgaat’, waardoor het dwangmatig gericht zijn op presteren en perfectie versterkt wordt.

Sommige mensen zijn erg angstig voor afwijzing en kritiek. Deze angst kan leiden tot extreme verlegenheid en het ontwijken van persoonlijke contacten. Voor de buitenwereld worden deze mensen soms als heel erg verlegen gezien. Zelf zien ze ook dat ze grote moeite hebben om relaties aan te gaan. Terwijl er juist een grote behoefte is aan persoonlijke relaties met anderen. Herkent u zich hierin? Dan kan het zijn dat u een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis heeft.

U ontwijkt contact met anderen zoveel mogelijk. Niet omdat u dit wilt, maar omdat ze voor u zo beangstigend zijn. U voelt zich waarschijnlijk minder waard dan een ander en vind het lastig om contact te leggen. De angst voor kritiek en afstoting wint daardoor van de wens om relaties aan te gaan. Ook zult u eerder sociale situaties vermijden en niet graag nieuwe activiteiten ondernemen. Uw eigen gedrag houdt u zelf scherp in de gaten, maar ook hoe anderen op uw gedrag reageren. Hierdoor ontstaat vaak enorme stress, waardoor u moeite kunt hebben om uit uw woorden te komen.

Een OPS komt tot uiting in de jongvolwassenheid. Het is nog niet precies duidelijk waardoor deze stoornis ontstaat. Afwijzing door ouders of leeftijdsgenoten in de kinderjaren kan een rol spelen. Mensen die van nature al erg verlegen en in zichzelf gekeerd zijn, blijken gevoeliger voor de stoornis. Ook handicaps die voor afwijzing kunnen zorgen, zoals stotteren of gezichtsafwijkingen, verhogen de kans op deze stoornis. Tenslotte kan het gepest zijn in de kinderjaren aanleiding zijn voor het ontwikkelen van deze stoornis.

De diagnose persoonlijkheidsstoornis

Deze hierboven genoemde indeling is een richtlijn. Er is vaak niet een heel duidelijke grens tussen een normale persoonlijkheid en een iemand met een persoonlijkheidsstoornis. Ook kunt u een combinatie van eigenschappen hebben, passend bij verschillende persoonlijkheidsstoornissen.

Soms wordt de diagnose ‘Persoonlijkheidsstoornis Niet Anders Omschreven’ gesteld. Of u heeft verschillende persoonlijkheidsstoornissen tegelijk. Twee mensen met dezelfde persoonlijkheidsstoornis kunnen overigens ook sterk verschillen. Dit heeft ook gevolgen voor de behandelingsmogelijkheden en de prognose.

Behandeling persoonlijkheidsstoornis

We bieden hulp in de vorm van de ondersteuning bij het stabieler functioneren. Ook kan mogelijk psychotherapie ingezet worden voor het veranderen van de typische patronen, zodanig dat de stoornis vermindert. De behandeling kan meer of minder intensief zijn, afhankelijk van o.a. de ernst van de problematiek en de doelstelling. Vaak wordt ook groepstherapie ingezet omdat veel persoonlijkheidsproblematiek merkbaar wordt in een sociale context.

Zie links: schematraining en schemagroep

Verder informatie over schematherapie:www.schematherapie.nl

Mensen met een somatoforme stoornis hebben al lange tijd last van lichamelijke klachten zonder dat daarvoor een medische oorzaak te vinden is. Ook kan het zijn dat er wel een medische oorzaak is, maar dat de lichamelijke klacht ernstiger is of langer duurt dan je zou verwachten gezien de medische oorzaak. Bijvoorbeeld wanneer iemand na een lichte verwonding aan een hand veel langer pijn houdt dan medisch kan worden verklaard. Vaak ontstaan er, vanwege de aanhoudende lichamelijk klachten, ook psychische problemen. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel waarin de gevolgen de klachten in stand houden en herstel wordt belemmerd. Het grootste misverstand over deze stoornis is dat de klachten worden ingebeeld, nagebootst of bewust veroorzaakt. Vanwege dit onbegrip uit de omgeving kunnen de klachten toenemen. De volgende lichamelijke klachten komen voor:

  • chronische hoofdpijn
  • rugpijn
  • gewrichtspijn
  • pijn op de borst
  • chronische vermoeidheid
  • buik-, maag- en darmklachten
  • duizeligheid
  • hartkloppingen
  • uitvalsverschijnselen

Er zijn verschillende soorten somatoforme stoornissen. Hieronder vindt u meer informatie.

Somatisatiestoornis
U heeft een lange geschiedenis van meerdere onverklaarbare lichamelijke klachten op verschillende gebieden gedurende meerdere jaren (begonnen voor uw 30ste jaar). U heeft klachten op verschillende gebieden en voor geen van deze klachten is een oorzaak of oplossing gevonden. U heeft medische hulp gezocht, maar bent niet gerustgesteld, waardoor u meer medische hulp heeft gezocht. Dit is uiteraard zeer frustrerend voor zowel u als de artsen die u begeleiden. De meest voorkomende klachten bij een somatisatiestoornis zijn: pijn in verschillende delen van het lichaam, slikproblemen of een brok in de keel, misselijkheid, opgeblazen gevoel, hartkloppingen, duizeligheid en kortademigheid.

Ongedifferentieerde somatoforme stoornis
U heeft last van één of meer onverklaarbare lichamelijke klachten, gedurende minstens 6 maanden. De lichamelijke klachten leiden tot aanzienlijk lijden en beperkingen in het functioneren. De meest voorkomende klachten bij een ongedifferentieerde somatoforme stoornis zijn: pijn op de borst, chronische vermoeidheid, duizeligheid, hoofdpijn, rugpijn, ademnood en slapeloosheid.

Conversiestoornis
Wanneer u last heeft van een conversiestoornis zijn er stoornissen van het willekeurige spierweefsel en/of van het zenuwstelsel en de zintuigen. Deze verschijnselen wijzen in de richting van een neurologische of andere lichamelijke oorzaak, maar hier wordt niets gevonden. Veelvoorkomende klachten zijn: spierzwakte of spierverlamming, spierspasmen, moeite met praten, onwillekeurige bewegingen, ongevoeligheid voor pijn, doofheid, visuele verstoringen (zichtbeperking), toevallen of convulsies. Over het ontstaan is weinig bekend, maar conflicten en stressveroorzakende factoren zouden een rol kunnen spelen. De belangrijkste theorie over het ontstaan van de conversiestoornis is dat negatieve gevoelens door verdringing buiten het bewustzijn worden gehouden, maar dat dit via onbewuste weg tot uiting komt in het lichaam door bijvoorbeeld uitvalsverschijnselen.

Pijnstoornis
Wanneer u last heeft van een pijnstoornis, is pijn het belangrijkste symptoom en er wordt na medisch onderzoek geen lichamelijke oorzaak gevonden voor deze pijn. Daarnaast kunt u last hebben van de volgende klachten ten gevolge van de pijn: angst, depressie, irritatie, frustratie, hulpeloosheid of machteloosheid, overmatig medicijngebruik, slechte nachtrust en blijvende vraag om medische hulp. Er is nog weinig duidelijk over het ontstaan van deze stoornis. De theorie is dat een combinatie van biologische, psychologische en sociale factoren de pijnbeleving en het pijngedrag veroorzaken. Negatieve verwachtingen, catastroferende gedachten en een gevoel van gebrek aan controle beïnvloeden het ziektebeloop op een negatieve manier. 

Hypochondrie
Hypochondrie wordt ook wel ziektevrees genoemd. Wanneer u last heeft van hypochondrie bent u continu bang om een ernstige ziekte te hebben. U let erg op wat u voelt in uw lichaam en ziet elk pijntje als teken van een ernstige ziekte, daar maakt u zich dan ook voortdurend zorgen over. U kunt slapeloze nachten hebben, in paniek raken of kampen met somberheid en lusteloosheid. U merkt dat het bijna onmogelijk is om gerustgesteld te worden. U gaat vaak naar de huisarts, maar meestal kan de huisarts u ook niet geruststellen. U bent steeds bang dat de arts iets over het hoofd ziet of dat hij zich vergist en dat er toch iets ernstigs aan de hand is.

Bij de Ermelosche Psychologenpraktijk kiezen we voor die behandeling waarvan het effect wetenschappelijk is bewezen. De wet BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) bevat regels voor zorgverlening door vakkundige hulpverleners in de gezondheidszorg. Onze behandelaren zijn BIG-geregistreerd. Dit is een extra garantie voor de kwaliteit van onze behandelingen.

Na het vaststellen van de diagnose bespreekt uw behandelaar met u welke behandeling het best bij u past. Deze behandeling kan bestaan uit diverse onderdelen. De behandeling van somatoforme stoornissen bestaat vaak uit cognitieve gedragstherapie. Deze therapie geeft u meer inzicht in uw eigen doen en denken.

Daarnaast kan in sommige gevallen tevens medicatie worden voorgeschreven (farmacotherapie), bijvoorbeeld wanneer de onverklaarde lichamelijke klachten samen gaan met angstklachten of depressieve klachten.

Cognitieve gedragstherapie houdt in dat twee vormen van therapie met elkaar gecombineerd worden, namelijk cognitieve (verstandelijk vermogen) therapie en gedragstherapie. Het houdt zich bezig met de vermindering van de klachten of problemen uit uw huidige leven. Om deze problemen of klachten te kunnen begrijpen, wordt er soms ook gekeken naar gebeurtenissen die zich eerder in uw leven hebben afgespeeld, maar hier ligt niet de nadruk op.

Zowel cognitieve therapie als gedragstherapie zijn werkwijzen waarbij verschillende stappen in de behandeling worden gepland in nauw overleg met u en uw behandelaar. Beide therapieën worden hieronder toegelicht.

De aandacht bij deze therapie is gericht op de invloed die het denken heeft op uw gevoelens. Door eenzijdige of negatieve denkgewoontes kunnen er ongewenste gevoelens of emotionele klachten ontstaan. Met cognitieve therapie leert u uw eigen denkpatronen te ontdekken en te wijzigen, zodat u uiteindelijk op een meer evenwichtige wijze gaat kijken naar de voor u moeilijke situaties. Hierdoor kunnen ongewenste gevoelens afnemen.

Zoals het woord al zegt, is deze therapie gebaseerd op uw gedrag. Bij somatoforme stoornissen zal het gedrag ervoor zorgen dat bepaalde gedragingen gemeden worden omdat u bang bent voor pijn of toename van de lichamelijke klachten. Dit zorgt ervoor dat u zich op de korte termijn rustiger voelt, maar op de langere termijn zal het ertoe lijden dat u steeds minder doet en de lichamelijke klachten mogelijk alleen maar toe nemen.

Bij gedragstherapie oefent u stap voor stap in het meer in beweging komen om zo de vicieuze cirkel van steeds meer stil zitten en toename van de lichamelijke klachten te kunnen doorbreken. 

Bij de behandeling van een somatoforme stoornis zal u huiswerkopdrachten meekrijgen. Bijvoorbeeld het bijhouden en uitwerken van moeilijke momenten met negatieve gedachten of het thuis oefenen met het meer in beweging komen. De cognitieve gedragstherapie is een behandelvorm die van u een actieve bijdrage vraagt. U werkt hierbij als het ware samen met uw behandelaar.

Het is niet precies aan te geven hoe lang een behandeling duurt. Dit omdat het afhangt van het soort klacht en de ernst van de klacht. Ook maakt het verschil of u een individuele behandeling krijgt of een groepsbehandeling. Bij een individuele behandeling ligt de behandelduur tussen de 10 en 30 bijeenkomsten.

In de eerste fase van de behandeling zullen de bijeenkomsten één keer per week zijn. Verderop in de behandeling wordt dit verlaagd naar één keer in de twee weken. In de meeste gevallen duurt een behandeling maximaal een half jaar.

Bij de behandeling van somatoforme stoornissen houden we ons nauwkeurig aan de laatste landelijke richtlijnen op dit gebied.
Zie ook: